Menu
24 februari 2026

De vergunning fuik: Waarom de energietransitie strandt bij de poort van de gemeente

De fysieke uitvoering van de energietransitie dendert voort als een hogesnelheidstrein. Netbeheerders en aannemers staan klaar, materieel is ingekocht en de roep om technisch personeel klinkt luider dan ooit. Maar achter de schermen dreigt een stille crisis: een administratieve fuik. Als de vergunningverlening de snelheid van de uitvoering niet kan bijbenen, loopt de transitie vast in een traag traject van lokale regels en integrale complexiteit. Hoe voorkomen we dat papierwerk de bottleneck wordt van de grootste verbouwing van Nederland?

De cijfers zijn onthutsend. Om de klimaatdoelen te halen en netcongestie op te lossen, moeten er tienduizenden kilometers aan kabels worden gelegd en duizenden transformatorhuisjes worden geplaatst. Netbeheerders hebben de afgelopen tijd grootschalige aanbestedingen uitgeschreven en de markt heeft gereageerd. Partijen die voorheen hun sporen verdienden met de uitrol van glasvezel, zetten hun kennis en expertise nu massaal in voor de energie-infrastructuur. De busjes van de monteurs zijn beplakt met teksten als ‘collega’s gezocht’ en op LinkedIn staat het vol met de aankondigingen van nieuw aangetrokken personeel. Alles is gericht op versnelling. Maar zodra de voorbereidingen in de buitenruimte moeten landen, stuit de sector op een muur: het vergunningsproces.

Van standaardisatie naar lokale complexiteit

Lange tijd was het domein van kabels en leidingen overzichtelijk. Er werd gewerkt op basis van beproefde standaarden tussen aanvragers en vergunningverlenende instanties. De focus lag op techniek en snelheid. Maar met de komst van de Omgevingswet en de noodzaak tot integraal beleid is het speelveld fundamenteel veranderd. Een graaftracé is vandaag de dag niet meer alleen een technische exercitie; het raakt aan woningbouwopgaven, provinciale natuurdoelen, vergroening van wijken en lokale leefbaarheid.

De paradox is dat de Omgevingswet bedoeld is om processen te vereenvoudigen, maar de wet heeft het tegelijkertijd mogelijk gemaakt voor gemeenten om zelf definities en formuleringen te bedenken over hoe juridische activiteiten benoemd worden en welke uitwerking dit moet hebben. In plaats van de gehoopte landelijke harmonisatie, zien we nu een wildgroei aan lokale varianten. Voor een aannemer of netbeheerder die door meerdere gemeenten heen werkt, wordt het overzicht bewaren een onmogelijke opgave. Wat in de ene gemeente een standaardprocedure is, vraagt een paar kilometer verderop om een compleet andere uitwerking door specifieke lokale regels. Dit gebrek aan uniformiteit werkt als vertraging op de uitvoering.

De kenniskloof en de ‘First Time Right’-uitdaging

Deze toegenomen complexiteit valt samen met een enorme instroom van nieuw personeel bij zowel netbeheerders als aannemers. Hoewel de motivatie groot is, kan niet iedereen direct op het gewenste kennisniveau zitten wat betreft de fijne kneepjes van de Omgevingswet en de diverse toepasbare regels. Dit heeft een direct effect op de kwaliteit van de aanvragen.

Data die Roxit door jarenlange samenwerking met het domein verzamelt, laat een zorgwekkend beeld zien: een aanzienlijk deel van de aanvragen wordt afgekeurd of moet opnieuw worden ingediend met aanvullende informatie. Dit is een dubbel verlies. De indiener verliest kostbare tijd in zijn planning, maar ook de gemeentelijke behandelaar verspilt capaciteit aan een dossier dat niet ‘finish-proof’ is. Ook de ambtenaar wil immers niets liever dan projecten doorzetten om de leefomgeving voor inwoners te verbeteren.
Om deze vicieuze cirkel te doorbreken, is ‘First Time Right’ het nieuwe credo. Vanuit Roxit zitten we frequent om tafel met grote netbeheerders en aannemers om de voorbereiding naar een hoger plan te tillen binnen het WoW Portaal. Als de indiener niet alle omgevingsfactoren en risico’s uit eigen ervaring kan overzien, moet de software hem daarbij helpen. Door data gericht aan te bieden op de specifieke locatie en tijd van het project, maken we een efficiënte voorbereiding mogelijk, ongeacht het ervaringsniveau van de medewerker.

De procesmatige bottleneck

Het probleem blijft dat vergunningverlening een strikt serieel proces is. Waar netbeheerders veel zaken parallel kunnen voorbereiden, het bestellen van transformatoren kan tegelijkertijd met het plannen van personeel, is de vergunning de harde voorwaarde om de schep in de grond te mogen zetten. Gaat het hier mis, dan loopt de hele planning spaak.
Dit heeft verstrekkende gevolgen. Een aannemer plant zijn projecten niet één voor één, maar in een strakke keten. Als een vergunning verlaat wordt afgegeven, is de gereserveerde capaciteit vaak alweer naar een volgend project in een andere regio vertrokken. Netcongestie is immers overal. Hierdoor ontstaat een bijzondere situatie: gemeenten gaan onbedoeld met elkaar de strijd aan om de tijd van de netbeheerder. De gemeente die zijn proces het best op orde heeft, krijgt de kabels; de rest sluit achteraan in de rij.

Data als de enige uitweg

Bij Roxit ondersteunen we beide kanten van het proces met portalen zoals WoW en MOOR voor de lokale uitvoering, RxMission voor de Omgevingsvergunningen en Rx Base voor ruimtelijke ontwikkeling. De integratie van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) in het WoW-portaal is een belangrijke stap, maar de echte winst zit in de transparantie van data.
Het zou een ‘no-brainer’ moeten zijn dat zowel de professionele indienende partij als de ontvangende gemeente naar hetzelfde plaatje kijken. Door data over de ondergrond, bovengrond en ruimtelijke claims al in de verkenningsfase te delen, vangen we 90 procent van de fouten aan de voorkant af. Dit verandert de aard van het gesprek tussen overheid en markt: we gaan van discussies over ontbrekende bijlagen naar een dialoog over de inhoud.

De vergunning als formaliteit

De energietransitie mag niet vastlopen in processen die zijn ontworpen voor een tijdperk zonder crisis. We hebben de luxe niet meer om maanden te verliezen aan herstelwerkzaamheden in het vergunningstraject. Vergunningverlening zou tot een formaliteit moeten worden gebracht door elkaar aan de voorkant van de juiste inzichten te voorzien.
Zorgvuldigheid staat voorop, maar we moeten oppassen dat we zorgvuldigheid niet verwarren met stroperigheid en een strakheid aan regels die over de top gaan. Laten we data gebruiken om het proces van de transitie op de rails te houden. Het informeel besluit moet door slimme data-ondersteuning al uitgestippeld zijn, zodat de formele vergunning slechts het startschot is voor de versnelling die Nederland zo hard nodig heeft.

Geschreven door Rik van Lent